De top 10 taalfouten

Gepubliceerd op 3 mei 2024 om 20:59

De top 10 taalblunders in het Nederlands: voorkom deze veelgemaakte fouten.


De meest gemaakte taalfouten in het Nederlands.

De Nederlandse taal staat bekend om haar rijke geschiedenis, unieke klanken en soms ingewikkelde grammaticale structuren. Ondanks dat het een prachtige taal is, vormt Nederlands ook een uitdaging voor velen, inclusief moedertaalsprekers.

Zelfs de meest geoefende schrijvers kunnen struikelen over de subtiele, en soms verraderlijke, valkuilen die de taal rijk is. In dit blog bespreken we de tien meest gemaakte taalfouten in de Nederlandse taal. We leggen uit waarom ze vaak voorkomen en bieden, middels voorbeelden, simpele richtlijnen om deze in de toekomst te vermijden.

1. D of T aan het einde van een werkwoord?

De fout: d’s en t’s door elkaar halen.

Veel mensen weten niet goed of ze een werkwoord in de verleden tijd met 'de(n)' of 'te(n)' moeten schrijven.

Hoe het moet:

Kijk naar het hele werkwoord en laat aan het eind 'en' weg. Als dat woord eindigt op een t, x, k, f, s, ch of p , schrijf je 'te(n)'. Anders gebruik je een 'de(n)'.

Voorbeelden:

  • Fout: Hij mixde de slagroom.
  • Juist: Hij mixte de slagroom.

Lees ook ons uitgebreide artikel over 't ex kofschip.


2. Hun of hen?

De fout: ‘hun’ en ‘hen’ verkeerd gebruiken

Veel mensen weten niet wanneer ze ‘hun’ of ‘hen’ moeten gebruiken.

Hoe het moet:

Gebruik ‘hen’ als je het over personen hebt na woorden als 'aan', 'voor', enz., of wanneer je kunt vervangen door ‘ze’. Gebruik ‘hun’ als je ‘aan hen’ kunt zeggen, maar het ‘aan’ weglaat.

Voorbeelden:

  • Fout: Ik heb het aan hun gegeven.
  • Juist: Ik heb het aan hen gegeven.

3. Me, mijn of mij?

De fout: verwarring tussen ‘me’, ‘mijn’, en ‘mij’.

Deze woorden worden vaak door elkaar gebruikt.

Hoe het moet:

‘Me’ gebruik je in spreektaal, maar schrijf liever ‘mijn’ als je iets bezit en ‘mij’ als het om de persoon gaat.

Voorbeelden:

  • Fout: Geef me boek.
  • Juist: Geef mijn boek.
  • Fout: Dat is van me.
  • Juist: Dat is van mij.

4. Jou of jouw?

De fout: verwarring tussen ‘jou’ en ‘jouw’.

Deze woorden klinken hetzelfde, maar betekenen iets anders.

Hoe het moet:

‘Jouw’ gebruik je als je bezit aangeeft en ‘jou’ als je het over een persoon hebt.

Voorbeelden:

  • Fout: Dat is jou boek.
  • Juist: Dat is jouw boek.

5. Het koppelteken gebruiken

De fout: koppeltekens vergeten in lange woorden.

Mensen vergeten soms een streepje te zetten in samengestelde woorden waar klinkers 'met elkaar botsen'.

Hoe het moet:

Zet een streepje tussen woorden om het leesbaarder te maken.

Voorbeelden:

  • Fout: zeeegel
  • Juist: zee-egel
De meest voorkomende taalblunders in de Nederlandse taal.

6. Los of aan elkaar

De fout: woorden los of aan elkaar schrijven.

Soms is het onduidelijk of woorden aan elkaar moeten of niet.

Hoe het moet:

Samengestelde woorden (woorden die uit meerdere zelfstandige naamwoorden bestaan) horen aan elkaar geschreven te worden. Als je twijfelt, zoek het woord op in een woordenboek.

Voorbeelden:

  • Fout: appel sap
  • Juist: appelsap

7. Verleden tijd: D's en T's

De fout: fouten in de verleden tijd.

Dit lijkt op fout 1. Hoor je bij het weglaten van de 'en' bij het hele werkwoord een 'd', dan schrijf je een 'd'. Hoor je een 't', dan schrijf je een 't'.

Hoe het moet:

Gebruik dezelfde regel van 't ex kofschip als bij fout 1.

Voorbeelden:

  • Fout: Hij werdt boos.
  • Juist: Hij werd boos.

8. Teveel of te veel

De fout: ‘teveel’ of ‘te veel’ aan elkaar of los?

Deze woorden worden vaak verkeerd geschreven.

Hoe het moet:

Schrijf ‘te veel’ los, tenzij het bijvoeglijk gebruikt wordt als zelfstandig naamwoord.

Voorbeelden:

  • Fout: Ik heb teveel gegeten.
  • Juist: Ik heb te veel gegeten.
  • Fout: Het te veel aan regen is slecht voor het land.
  • Goed: Het teveel aan regen is slecht voor het land.

9. Groter dan of groter als

De fout: ‘groter als’ in plaats van ‘groter dan’.

Dit komt vaak voor in spreektaal.

Hoe het moet:

Gebruik altijd ‘groter dan’ als je dingen vergelijkt. Als iets gelijk is aan elkaar, dan gebruik je 'even groot als'.

Voorbeelden:

  • Fout: Deze toren is hoger als die.
  • Juist: Deze toren is hoger dan die.

10. 'Zij' en 'hun' als onderwerp gebruiken

De fout: 'zij' en 'hun' verkeerd gebruiken als onderwerp.

Soms worden 'zij' en 'hun' verkeerd gebruikt als onderwerp in een zin.

Hoe het moet:

Gebruik 'zij' als onderwerp in een zin. 'Hun' kan niet als onderwerp gebruikt worden, maar alleen als bezittelijk voornaamwoord of als indirect object.

Voorbeelden:

  • Fout: Hun gaan morgen naar de stad.
  • Juist: Zij gaan morgen naar de stad.
Een tekst zonder fouten: Nederlands Taalbureau zorgt ervoor.

Waarom foutloos schrijven belangrijk Is

Foutloos kunnen schrijven in het Nederlands is heel belangrijk. Het helpt je bijvoorbeeld om beter over te komen of om meer lezers of klanten te trekken.

Spellingscontroles zijn handig, maar niet perfect. Een professioneel taalbureau kan helpen om echt zeker te zijn van een gegarandeerd foutloze tekst.

Neem jij jezelf als schrijver serieus? Overweeg dan om taaldeskundigen je tekst te laten verbeteren. Zie dit niet als een kostenpost, maar als een goede investering. Een investering die goedkoper kan zijn dan je denkt!


OOK INTERESSANT:

Reactie plaatsen

Reacties

Peter Putman
24 dagen geleden

Mooie tips, Bert. Maar ik denk hier en daar toch nog iets te ingewikkeld voor een leek.

Tip: "hun" alleen gebruiken als bezittelijk voornaamwoord.