• werkt met een team specialisten
  • met kwaliteitsgarantie
  • 24/7 teksten aanleveren
  • gratis advies en gratis kennisbank
  • heldere, all-intarieven
HOME » Wanneer d of dt?

D of dt? De regels over dt.

Een dt-fout is een spelfout die optreedt op het einde van vervoegde Nederlandse werkwoorden. De fout wordt veroorzaakt doordat aan het woordeinde d, t en dt allemaal klinken als 't'.

Een taalgebruiker zal met de kleinste kans op fouten juist kiezen tussen -t, -d of -dt, als hij het werkwoord analyseert vanuit de stam en nog niet denkt aan de spelling. De stam wordt gevonden door de uitgang -en af te halen van de infinitief, het hele werkwoord zoals het in een woordenboek voorkomt.

1.  Ik (de eerste persoon enkelvoud) heeft alleen de stam (in gespelde vorm), bijvoorbeeld: ik word.

2. Je/jij (de tweede persoon enkelvoud) heeft stam + t, maar niet als je/jij ná de persoonsvorm staat, bijvoorbeeld in een vraagzin, bijvoorbeeld: jij wordt en word jij?.

Wanneer d of dt? Afbeelding met 'dt?' erop.

Ge/gij (de tweede persoon enkelvoud) heeft altijd stam + t, dus ook in vraagzinnen. Ge/gij is een veel oudere vorm van het persoonlijk voornaamwoord die nog algemeen gebezigd wordt in het Zuid-Nederlands. Voor werkwoordstammen eindigend op -t (zoals praten) geldt door assimilatie of ook de basisspellingregel van de gelijkvormigheid, een enkele t: ge/gij praat.

 

3.  Hij (de derde persoon enkelvoud) heeft altijd stam+t. De stammen die eindigen op -d (zoals vinden en worden in de tabel) wijken niet af van de +t-regel voor de derde persoon: hij vindt.

 

Uw tekst wordt foutloos afgeleverd door Nederlands Taalbureau.