• werkt met een team specialisten
  • met kwaliteitsgarantie
  • 24/7 teksten aanleveren
  • gratis advies en gratis kennisbank
  • heldere, all-intarieven
HOME » BLOG » Het RED-model

Het RED-model

Gepubliceerd op 31 december 2020 om 22:02

Tekst 'het red-model uitgelegd' met rode achtergrond op blog Nederlands Taalbureau.

Als een taaldeskundige een tekst systematisch aanpakt, dan ontsnappen er geen fouten en onvolkomenheden aan de aandacht. Voor een systematische tekstredactie is een tekstbeoordelings-model onontbeerlijk. Een model dat zijn waarde bewezen heeft, is het RED-model, waarbij ‘RED’ staat voor redactie, maar ook voor de drie pijlers waarop het model is gebaseerd: regels, eenheid, doelgroep. (Het model is een variant op het CCC-model, van Jan Renkema).

In het RED-model zijn alle punten te vinden waarop bij het corrigeren, redigeren en herschrijven van teksten gelet moet worden. Bovendien is aangegeven hoe die punten zich tot elkaar verhouden. Het RED-model telt 23 punten, die gerangschikt zijn onder de drie genoemde pijlers. Deze zijn vervolgens weer onderverdeeld zijn in vijf niveaus: presentatie, formulering, opbouw, inhoud en tekstsoort.

U als schrijver werkt precies in omgekeerde volgorde dan mensen zoals wij bij een taalbureau. U begint met het kiezen van de meest geschikte tekstsoort om uw doel te bereiken. Vervolgens verzamelt en bewerkt u informatie. Daarna ordent u die informatie in een tekst. Daarbij kiest u woorden en formuleert u zinnen. Tot slot controleert u of de spelling en interpunctie in orde zijn. Bovendien houdt u zich, zoals gezegd, allereerst bezig met de doelgroep, dan met de eenheid en ten slotte met de regels. Wij daarentegen beginnen bij het uiterlijk van de tekst: de spelling en de interpunctie. Daarna is de formulering aan de beurt, en vervolgens: de structuur, de inhoud en de tekstsoort. En dat dus in de volgorde: regels, eenheid, doelgroep. Hieronder een beknopte uitleg van het RED-model.

In het RED-model zijn alle punten te vinden waarop bij het verbeteren van teksten moet worden gelet. Bovendien is aangegeven hoe die punten zich tot elkaar verhouden.

Het RED-model telt 23 punten, die gerangschikt zijn onder de drie genoemde pijlers (regels, eenheid, doelgroep) en die verder onderverdeeld zijn in vijf niveaus: presentatie, formulering, opbouw, inhoud en tekstsoort.

 

Regels

In een tekst mag niet gezondigd worden tegen de taalregels en andere regels die van toepassing zijn bij het schrijven van teksten.

 

Eenheid

Een tekst moet een eenheid vormen. Dat betekent dat er geen tegenspraken of inconsistenties in moeten zitten.

 

Doelgroep

Iemand die een tekst schrijft, moet ervoor zorgen dat de beoogde lezers de tekst kunnen en willen lezen. De tekst moet dus toegankelijk en aantrekkelijk zijn voor de doelgroep. Noodzakelijk daarvoor is dat bij het schrijven van de tekst nadrukkelijk rekening gehouden wordt met die doelgroep.

 

De pijler 'doelgroep' lijkt misschien belangrijker te zijn dan de eerste twee pijlers. In wezen is dat ook zo, maar dan wel voor schrijvers en niet voor ons als taalbureau. Schrijvers moeten inderdaad allereerst rekening houden met de doelgroep. Het is minder erg als zij zondigen tegen een taalregel dan dat ze over de hoofden van de doelgroep heen schrijven. Voor ons komt de doelgroep, in de hiërarchie van aspecten waarmee rekening gehouden moet worden, niet op de eerste plaats. Wij letten er allereerst op of alle (taal)regels zijn nageleefd en of de tekst op alle punten consistent is. Er is zeker ook oog voor de afstemming van de tekst op de doelgroep, maar als er op dat punt veel mis is, is het vaak ondoenlijk voor ons om de tekst zelf aan te passen. In zo’n geval moet de tekst meestal teruggegeven worden aan de schrijver met het (toegelichte) verzoek erbij de tekst aan te passen.

Voor een schrijver is de logische volgorde dus: doelgroep, eenheid, regels. Een taalbureau werkt in de volgorde: regels, eenheid, doelgroep.

 

De drie genoemde pijlers (regels, eenheid, doelgroep) beoordelen wij op vijf niveaus:

  1. Presentatie = spelling, interpunctie.

  2. Formulering (ook wel ‘stijl’ genoemd) = woordkeuze en zinsbouw.

  3. Opbouw = tekststructuur.

  4. Inhoud = feiten, meningen en argumenten.

  5. Tekstsoort = teksttypen, zoals het nieuwsbericht, het achtergrondartikel en de beleidsnota.

 

Bij echt grote structuurproblemen, wanneer een tekst bijvoorbeeld kop noch staart heeft, gaan wij geen tekst herschrijven, want dat is niet onze taak. Wij moeten dan toch echt de auteur opnieuw aan het werk zetten.

 

Voor de inhoud (4) geldt hetzelfde als voor de structuur. Als wij merken dat er feitelijke onjuistheden in een tekst staan of dat de argumentatie niet deugt, kunnen alleen de kleine missers aanpast worden. Bij grote missers moet de auteur erbij geroepen worden. Die moet vervolgens de verbeteringen gaan aanbrengen.

 

Als wij vaststellen dat de verkeerde tekstsoort (5) is gekozen, dan is vrijwel altijd de auteur degene die op moet draaien voor de herschrijving, niet een taalbureau. 

 


Gerelateerde artikelen

De spellingcontrole.

Kunt u altijd vertrouwen op de standaard spellingcontrole. Lees het hier.

 

Tekst laten nakijken.

Waarom het belangrijk is om uw tekst te laten nakijken.

 

Vanaf of van af?

Schrijf je vanaf of schrijf je de woorden van en af los van elkaar. Lees het hier.

 


Uw tekst is uw visitekaartje. Schakel Nederlands Taalbureau in. Wij corrigeren, redigeren en herschrijven uw tekst systematisch.

 

Logo Nederlands Taalbureau.

«   »

Reactie plaatsen

Reacties

Liesbeth Dooren van
5 maanden geleden

perfecto en pabien